Door deze website te gebruiken gaat u akkoord met het gebruik van cookies op de website.

Historie

Al bijna 90 jaar korfbal in Oegstgeest: van de rand van een ledikant naar de sportploeg van Oegstgeest.

Al ruim 85 jaar speelt Fiks korfbal in Oegstgeest, als we gemakshalve een ondergronds bestaan van drie jaar in de Tweede Wereldoorlog meetellen. Dat maakt Fiks de sportvereniging die het langst onafgebroken in Oegstgeest actief is geweest. Maar als elke vereniging is Fiks heel bescheiden begonnen…

Wie in de jaren twintig in Oegstgeest aan sport wilde doen, had weinig te kiezen. Er was een voetbalclub met ASC en een hockey- en een tennisvereniging, maar die waren allemaal op zondag actief. Lid worden van zulke clubs was voor jongeren van protestantse huize niet bespreekbaar, want op zondag werd er niet gesport.

Op 13 februari 1927 werden Piet en Jan Boekkooi bij het uitgaan van de kerk aangesproken door medeleden van de Gereformeerde Jongelingenvereeniging. Dezen opperden het plan om in Oegstgeest een christelijke korfbalclub op te richten. Piet Boekkooi was heel goed met deze sport bekend, want hij was speler en voorzitter geweest van de Leidsche Christelijke Korfbalclub Pernix. Zes dagen later kwamen Henk Lubach, Piet van der Steen, Wim Vletter, Jan Gunst, Bart en Eb Bakels bijeen in huize Ampijolie, Rhijngeesterstraatweg 1 D (tegenwoordige 191), alwaar de Boekkoois woonden. Hier werd op de rand van een ledikant – zo luidt althans de overlevering – de “Oegstgeester Korfbalvereeniging” opgericht.

De benaming “Fiks” zou op de ledenvergadering van 3 mei 1927 als officiële naam gekozen worden. Als clubkostuum werd een wit shirt met een oranje-blauwe baan aangehouden met een zwarte rok of broek. In 1936 werd het shirt blauw met een oranje v-hals, wat jarenlang het officiële tenue zou blijven.

Tijdens de zomer en herfst van 1927 speelde Fiks enkel vriendschappelijke wedstrijden. In januari 1928 sloot de christelijke club Fiks zich vanzelfsprekend aan bij de Christelijke Korfbalbond in Nederland (CKB). Deze bond was in april 1920 opgericht door christelijke korfbalclubs, die louter op zaterdagmiddag wensten te korfballen en geen verantwoordelijk wilden nemen voor korfbal op zondag, zoals bij de neutrale Nederlandsche Korfbalbond (later KNKB) gebruikelijk was. De competitieleider wilde Fiks meteen in de eerste klasse indelen, want zoveel clubs waren er nog niet in de CKB. Om propagandistische redenen mocht Fiks alsnog in de tweede klasse beginnen en hier gelijk het eerste kampioenschap bemachtigen.

Vanaf 1929 speelde Fiks wel in de eerste klasse van Zuid-Holland-Noord met als tegenstanders veelal DES en Excelsior (Delft), Pernix (Leiden), KVS (Scheveningen) en inmiddels verdwenen clubs als VES en IJsvogels (Den Haag) en TONEGO (Wassenaar). In Zuid-Holland-Zuid streden de enige andere eersteklassers uit Rotterdam en Dordrecht. Wie één goed twaalftal op de been kon brengen, kon het in dit beperkte gezelschap ver brengen. Dat bewees het eerste van Fiks als geen ander: het werd in 1933 en 1938 kampioen van de afdeling Noord en bemachtigde door winst op de kampioen van Zuid (respectievelijk Rap. IVO uit Rotterdam en ZKC uit Zwijndrecht) ook het landskampioenschap van de CKB. Ook in 1939 won het de afdelingstitel, maar door de mobilisatie kon de strijd om de landstitel niet gehouden worden.

Daarnaast nam Fiks elk jaar deel aan de Bondsdag van de CKB, een groot toernooi op Tweede Paasdag dat telkens in een andere stad werd gehouden. Het eerste stond tussen 1931 en 1940 liefst achtmaal in de finale, die in 1934, 1938, 1939 en 1940 werd gewonnen. De drie zeges op rij betekende dat Fiks definitief eigenaar werd van de zwaar verzilverde Bondsdagbeker. Ook op seriewedstrijden en toernooien werd in de jaren dertig regelmatig een hoofdprijs gewonnen.

Naast sportieve glorie wordt de geschiedenis van Fiks tot 1940 gekenmerkt door problemen met het ledental en met het speelveld. Fiks had op z’n best 39 leden en dat betekende dat er veelal slechts twee twaalftallen aan de competitie konden deelnemen. In de eerste zeven jaar van het bestaan moest Fiks even zoveel maal verhuizen, totdat men in 1934 de beschikking kreeg over een “veredeld grasveld” aan de Hofdijk. Op dit terrein van 4400 vierkante meter met een huur van honderd harde guldens werden de grootste successen uit de prille clubhistorie behaald. In 1939 moest Fiks echter uitwijken naar een goedkoper terrein aan de Wassenaarschenweg, omdat het ledental geslonken was tot 29 betalende leden.

In 1940 kon de CKB geen competitie organiseren, eerst door de mobilisatie en later door de Duitse bezetting. De Duitsers verlangden dat alle sporten één leidende bond zouden krijgen, ofwel dat de CKB met de NKB (de K was verdwenen) zou fuseren. De CKB besloot echter pal te staan voor haar beginselen en weigerde betrokken te raken met korfbal op zondag. Dat betekende dat zij zichzelf in 1942 moest opheffen. De NKB stelde zich in deze kwestie passief op en bleef tot 1944 “normaal” competities spelen. Fiks speelde in 1940 nog wel vriendschappelijke wedstrijden, maar diende uiteindelijk lid te worden van de NKB. Op 3 oktober 1942 besloten 24 Fiksers het voorbeeld van de Bond te volgen en hieven de vereniging op. Dat betekende dat Fiks van oktober 1942 tot juli 1945 formeel niet bestond, maar deze jaren worden toch gewoon meegeteld in de clubhistorie.

Reeds op 11 mei 1945, amper zes dagen na de bevrijding van Nederland, liet de CKB in een rondschrijven weten dat de Bond herrezen was en dat de clubs weer actief moesten worden. Op 2 juli 1945 kwamen zestien Fiksers bijeen om hun club opnieuw op te richten en een bestuur te kiezen. Het nieuwe bestuur wist bij de gemeente Oegstgeest het oude speelveld aan de Hofdijk terug te krijgen. Ook kwam er een nieuw clubhuis als vervanging voor het oude clubhuis, dat in de oorlog in de kachels was opgestookt. Het werd op 9 november 1946 officieel geopend door voorzitter Jan Boekkooi. Het zou tot augustus 1971 als kleedhok blijven fungeren.

Al gauw werd duidelijk dat Fiks niet meer de kwaliteit had om in de hoogste regionen mee te draaien. Clubs moesten na 1945 meer leden en teams hebben om zich langdurig in de top te kunnen vestigen. Fiks bleef een relatief kleine vereniging, zodat er niet ruim geselecteerd kon worden. In 1949 kon het eerste zich niet plaatsen voor de nieuwe eerste klasse (later hoofdklasse West), waardoor het contact met de echte top verloren ging. Nog eenmaal wist het eerste in 1964-1965 de hoofdklasse te halen, maar eindigde prompt als hekkensluiter. Ook op de Bondsdagen, die naderhand altijd op Tweede Pinksterdag zouden worden gehouden, was er nooit meer een finale voor het eerste. De junioren haalden wel de finale in 1966 en 1973, maar verloren toen van respectievelijk Kinderdijk en Dalto.

Voor Fiks betekende het begin van de jaren zeventig in menig opzicht een breuk met het verleden. Allereerst speelden de christelijke korfbalclubs vanaf 1970-1971 samen met de neutrale clubs in één gezamenlijke competitie. Dat was de eerste stap naar de fusie van de CKB en de KNKB, die in 1973 zou resulteren in het Koninklijk Nederlands Korfbalverbond (KNKV). Verder kwam er een officiële zaalkorfbalcompetitie (toen nog microkorfbal geheten). Het eerste kreeg de Apollohal als vaste speelplaats, maar de overige teams moesten hun thuiswedstrijden ook in de Groenoordhallen afwerken. Maar de belangrijkste verandering was wel, dat Fiks op 14 augustus 1971 verhuisde naar de huidige accommodatie aan de Van Houdringelaan. Hier kreeg de club voor het eerst een degelijke stenen clubhuis met kantine en kleedkamers. Aanvankelijk werd dit gedeeld met de zondagvereniging KNS, die vanuit Leiden naar Oegstgeest overgeplant werd. Later kreeg KNS een eigen clubhuis in een hoek van het grasveld en het inmiddels verdwenen gravelveld. In 1992 werd KNS ontbonden en verdween het clubhuis. In hetzelfde jaar verdween ook het middenvak voorgoed uit beeld.

Het eerste van Fiks heeft in de competitie van het KNKV meestal in de tweede en derde klasse gespeeld en in een aantal jaren ook in de eerste klasse. Dat geldt zowel voor de veld- als voor de zaalcompetitie. Tal van successen kwamen er voor de jeugdploegen, van junioren tot pupillen. Het pleit voor de kracht van de vereniging dat alle jeugdploegen door de jaren heen bijna altijd door eigen leden werden getraind en begeleid. De beste prestatie bij de jeugd werd nog heel recent geleverd door Fiks A 1 met een prachtige derde plaats op het Nederlands zaalkampioenschap. Dat leverde de ploeg terecht de onderscheiding Oegstgeester sportploeg van het jaar op. Maar dit wapenfeit laat ook zien, dat een 85-jarige vereniging nog altijd jeugd weet te boeien en kan laten presteren.

Delen

voeg je eigen gadgets toe aan deze pagina!